Regionale biogrondstoffen als duurzame bron voor het warmtenet

Door je woning aan te sluiten op het warmtenet, ben je verzekerd van duurzame verwarming van je huis en je kraanwater en is je woning klaar voor de toekomst. Het warmtenet van Warmtebedrijf Amersfoort wordt gevoed door een mix van regionale duurzame energiebronnen, waaronder biogrondstoffen. Omdat er veel discussie bestaat over biogrondstoffen, gaan we hier in deze factsheet dieper op in.

De Noodzaak

Op dit moment is aardgas de meestgebruikte energiebron in Amersfoort. Dit is een fossiele brandstof, die niet oneindig beschikbaar is en die zorgt voor CO2

Momenteel mag je zelf weten op welke manier je je woning verwarmt. Wel is het zo dat gemeenten in 2021 een wijk moeten aanwijzen die als eerste van het gas afgaat, moeten vóór 2030 meer dan een miljoen woningen zijn overgestapt en in 2050 moeten álle huizen in Nederland aardgasvrij worden verwarmd. Een warmtenet is zo’n aardgasvrije manier om woningen en gebouwen te verwarmen.

Biogrondstoffen als energiebron

Het water in het warmtenet wordt verwarmd met behulp van biowarmte, aardwarmte, aquathermie, zonnewarmte, restwarmte en nog te ontwikkelen technieken. We gaan dus niet uit van één bron, maar van een mix van beschikbare lokale en regionale energiebronnen, die gaandeweg kan veranderen. De meeste (beoogde) technieken kunnen zowel voor verwarming als voor koeling worden ingezet.

Biowarmte is warmte die wordt opgewekt met biogrondstoffen. Dit is momenteel de best beschikbare en meest betrouwbare en flexibele manier om water op grote schaal duurzaam te verwarmen.

  • Duurzaam: biogrondstoffen zijn een zogeheten hernieuwbare energiebron – een bron die in tegenstelling tot fossiele brandstoffen niet opraakt maar telkens wordt ‘aangevuld’.
  • Regionaal: alle biogrondstoffen die Warmtebedrijf Amersfoort gebruikt zijn afkomstig uit de regio.
  • Betrouwbaar: het verwarmen van water met behulp van biogrondstoffen is een bekende en doorontwikkelde methode, die zorgt voor een stabiele warmtetoevoer, onafhankelijk van het weer.
  • Flexibel: biogrondstoffen zijn flexibel omdat we daarmee zelf kunnen bepalen hoeveel warmte we willen opwekken. Als er voldoende warmte uit andere bronnen komt, zetten we de installaties uit.

De rol van biowarmte voor het warmtenet wordt gaandeweg steeds kleiner; uiteindelijk zullen nóg duurzamere technieken het grotendeels overnemen. Vanwege de hierboven genoemde eigenschappen zal biowarmte nog wel als back-up fungeren en worden ingezet tijdens pieken in de warmtevraag, bijvoorbeeld in heel koude wintermaanden. Zo zorgen we dat iedereen die is aangesloten op het warmtenet, altijd verzekerd is van duurzame warmte.

Het hout

De biogrondstoffen die we gebruiken om water te verwarmen heten ook wel houtige biomassa. Deze biogrondstoffen zijn een reststroom waar geen andere nuttige toepassing voor is.

    De biogrondstoffen bestaan voor zo’n 80% uit:

  • Groenafval afkomstig van de milieustraat, zoals knip- en snoeiresten uit tuinen.
  • De overige 20% van de biogrondstoffen komt uit:

  • Omgewaaide, beschadigde of zieke bomen en takken
  • Onderhoud van landschappen en defensieterreinen
  • Snoeihout uit beheerde bossen uit de regio

In Nederland hebben we veel van dit type resthout, dat nu in grote hoeveelheden aan het buitenland wordt verkocht. Door het in Amersfoort te gebruiken hoeft het niet naar het buitenland te worden vervoerd. Kortom: we zorgen voor kleine transportafstanden en gaan geen bomen kappen.

De installaties

De twee biowarmte-installaties worden gebouwd op de bedrijventerreinen De Hoef en Isselt. De gebouwen zijn 12 meter hoog en de afstand tot woningen is groot, zodat niemands uitzicht wordt belemmerd. De installaties zijn goed bereikbaar voor het aanvoeren van de grondstoffen. Het buizensysteem van het warmtenet is zeer goed geïsoleerd, zodat er nauwelijks warmte verloren gaat bij het transporteren van het water naar de wijken.

Warmtebedrijf Amersfoort gebruikt de best beschikbare technieken om de rookgassen die bij de verbranding vrijkomen te reinigen. De uitstoot van de installatie is schoner dan die van een installatie die draait op aardgas of een andere fossiele brandstof. Ter vergelijking: de installaties stoten (veel) minder fijnstof en stikstof uit dan wegverkeer en zelfs dan open haarden en barbecues. In de toekomst zal het beetje CO2 dat wordt uitgestoten bovendien worden opgevangen, zodat het kan worden gebruikt als nuttige grondstof, bijvoorbeeld voor een optimale plantengroei in kassen.